Bewijs in strafzaken

Wanneer de verklaring van de verdachte past binnen het overige bewijs in het dossier, dan zal de verklaring eerder als aannemelijk worden beschouwd. Het is daarom belangrijk dat u goed weet welke bewijsmiddelen er binnen het strafrecht bestaan en welke bewijsregels er gelden.

Bewijsregels

In hoofdlijnen en vrij vertaald gelden de volgende bewijsregels binnen het strafrecht;

  • Voor een bewezenverklaring zijn slechts twee bewijsmiddelen nodig. Dit noemen we ook wel het strafrechtelijk bewijsminimum. Bij huiselijk geweld kan dit bewijs bijvoorbeeld bestaan uit een aangifte en een proces-verbaal van bevindingen van de politieagenten die bevestigen dat de aangeefster letsel had. In de praktijk zien we dat al snel aan dit bewijsminimum voldaan is.
  • Een verklaring van een getuige is onvoldoende. Toch moet hier niet te veel gewicht aan worden toegekend. In feite betekent dit dat enkel de aangifte onvoldoende is, maar een aangifte die ondersteund wordt door een verklaring van een getuige kan al weer wel voldoende bewijs opleveren voor een bewezenverklaring, zo ook een aangifte ondersteund met overige bevindingen als letsel
  • De regels voor het bewijsminimum gelden alleen voor de tenlastelegging in z’n geheel en niet voor losse onderdelen van de tenlastelegging. Wanneer bepaalde gedragingen ten laste worden gelegd als onderdeel van de tenlastelegging hoeven die niet steeds door twee bewijsmiddelen te worden bewezen.
  • Een verklaring van een politieagent vormt een extra sterk bewijsmiddel. Ook dan geldt de eis van twee bewijsmiddelen niet. Zo kan een verdachte wegens belediging worden veroordeeld wanneer slechts een politieagent verklaart dat hij hem beledigde.

Bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen in een strafzaak kunnen bestaan uit verklaringen van verdachten, getuigen, deskundigen, waarnemingen van de rechter en schriftelijke bewijzen. In de praktijk zien we met name de volgende bewijzen:

  • Zendmastgegevens; Uw telefoon straalt bij bellen, smsen en internetten een zendmast (in de buurt) aan. Achteraf kan de politie bij de telecomprovider een deze zendmastgegevens opvragen zodat kan worden nagegaan waar uw telefoon op een bepaald tijdstip was.
  • Verkeersgegevens; naast de zendmastgegevens kan de politie ook de verkeersgegevens van uw telefoon opvragen bij de telecomprovider. Over een periode tot 6 maanden terug kan dan worden nagegaan met wie u hebt gebeld of gebeld bent, gespecificeerd naar duur en tijdstip van de gesprekken.
  • DNA-bewijs; Het kan zijn dat er bloed, speeksel, huidschilfers, of haren worden aangetroffen op de plaats delict. Deze lichaamsmaterialen bevatten DNA en kunnen vaak herleid worden tot een bepaald persoon. De officier van justitie kan vorderen dat wangslijm bij u wordt afgenomen om uw DNA-profiel te bepalen zodat dit kan worden vergeleken met het DNA dat op de plaats delict is aangetroffen.
  • Onderzoek telefoon; uw telefoon kan door de politie in beslag worden genomen voor verder onderzoek. Daarbij wordt uw telefoon uitgelezen waarbij alle smsberichten, personen uit de contactenlijst, afbeeldingen, whatsappgesprekken, en e-mails kunnen worden nagegaan.
  • Camerabeelden; overal hangen tegenwoordig camera’s. Tegenwoordig zien we dat de politie bij ernstige feiten zelfs de camerabeelden opvraagt van camera’s in een grote kring vanaf de plaats delict.
  • ANPR; Automatic NummerPlate Registration: in steeds meer gemeenten staan systemen om het in- en uitgaande verkeer in de gaten te houden. Ook op de snelwegen staan deze automatische nummerplaatherkenningssytemen. De nummerborden worden automatisch geregistreerd bij het voorbij rijden. Wanneer de politie dus eenmaal een voertuig en kenteken weet, kunnen ze vaak heel nauwkeurig de gereden route nagaan.
  • Telefoontaps; Nederland is een van de grootste taplanden. Veel telefoonverkeer wordt afgeluisterd door de politie. In de wat grotere strafzaken zien we vaak dat er al langdurig telefoongesprekken zijn afgeluisterd door de politie
  • Door aangever zelf opgenomen telefoongesprekken
  • Getuigenverklaringen; het meest voorkomende bewijsmiddel in strafzaken is de verklaring van getuigen.
  • Peilbakens; in grotere strafzaken, waarbij de politie zicht wil krijgen op wat een verdachte precies doet, en waar die allemaal heen gaat, kunnen ze een peilbaken plaatsen op een voertuig. Via GPS kan dan precies worden vastgesteld waar dat voertuig allemaal naar toe is geweest, hoe lang het stil heeft gestaan. Als dan in de omgeving een bepaald strafbaar feit heeft plaatsgevonden, kunnen de gegevens van de peilbaken mede voor het bewijs worden gebruikt.
  • Opname vertrouwelijke communicatie (OVC-gesprekken); De politie is in staat om met technische apparatuur op afstand gesprekken af te luisteren zonder dat u het merkt. Wanneer u een gesprek op een terras hebt gevoerd, kan het heel goed zijn dat de politie vanuit een busje heeft meegeluisterd.
  • Medische verklaring / zichtbaar letsel; in mishandelingszaken gaat het met name om het letsel dat wordt geconstateerd. Als de aangeefster verklaart mishandeld te zijn, en ook letsel heeft, is het van belang dat u een andere, aannemelijke, verklaring geeft voor dat letsel.

Samenwerkingsvormen

Verder is het nog van belang dat u de samenwerkingsvormen kent, omdat u ook kunt worden veroordeeld zonder dat u zelf bij de uitvoering van het strafbare feit betrokken bent geweest.

  • Medeplegen; ook als u zelf niets strafbaars hebt gedaan kunt u als medepleger worden veroordeeld voor een bepaald strafbaar feit. Voor medeplegen is vereist dat er sprake was van een bewuste, nauwe en volledige samenwerking, gericht op de voltooiing van het strafbare feit. Als u bijvoorbeeld op de uitkijk stond, terwijl anderen de diefstal pleegden, bent u als medepleger mede strafrechtelijk verantwoordelijk te houden voor wat anderen hebben gedaan. Alleen als u zich voor het strafbare feit hebt gedistantieerd van wat de anderen hebben gedaan, bent u niet strafbaar.
  • Bij openlijke geweldpleging is zelfs enkel een significante bijdrage vereist. Het meelopen met de rest, het roepen of schreeuwen, of het gooien van voorwerpen vormt een bijdrage aan door anderen gepleegd geweld, waardoor u dan medeverantwoordelijk kunt worden gehouden.
  • Medeplichtigheid ; medeplichtig is iemand die bijvoorbeeld informatie of goederen heeft verschaft, maar verder niet betrokken is geweest bij de uitvoering of de planning van het strafbare feit. In de volksmond wordt medeplichtigheid vaak verward met medeplegen, maar de rol van de medeplichtige is dus een stuk kleiner

Alles over bewijs in strafzaken

Deel deze paginaShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn